Minimensjes.
Nee, ja, de strips heb ik ook maar nee, peuters, kleuters, kleine kinderen dus.
Nauwelijks uitdrukbaar in jaren, 16 en 25 maand oud en toch al woordeloze ruzie/discussie, of beter gezegd zachte strijd om een winkelkar.
Een speelgoedimitatiewinkelkar weliswaar, inderdaad, maar is dat niet altijd een imitatie, zo'n winkelkar? Symbool voor de hoorn des overvloeds, symbool voor onze eeuwige afhankelijkheid van elkaars blik. De ogen van de anderen. Een imitatie van het echte leven, waarin we uitstallen wie we zijn. Of wie we willen zijn... De Lagavullin, de Duvel, de BioPasta. Staat de mens voor het product of het product voor de mens?
Heel het spel van even loslaten, afstand nemen, uit de ooghoeken toeschouwen en snel reageren bij de minste beweging van de tegenstander. Tergend traag voorbijrijden, sluikse blikken werpen. Niets volwassens ontbreekt.
Kinderen zijn gewoon kleine volwassenen met marge voor expansie.
Herman kleine man.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten