Doorstapt
Stappen stappen, niet stilstaan, doorgaan, verder verder, voorbij pijn , voorbij verdriet, voorbij angsten, voorbij de Molenbeek, voorbij je eigen zorgen, voorbij je eigen ego, een muis piept vanuit de hoogte, verrast kijk ik omhoog en zie de grote valk wiens honger even gestild zal zijn, een warm, bloedig intermezzo ten spijt, twee jonge teleurgestelde valken draaien verder in hun hongerig wals boven het veld. In mijn oren huldigt Klara de éne na de andere lokale muzikale held. We houden van het bekende nietwaar, het vreemde bevreemdt ons. Angsthazen die we zijn, zelfs in onze eindeloze zoektocht naar schoonheid.
Stappen stappen, niet stilstaan, doorgaan, verder verder, voorbij pijn , voorbij verdriet, voorbij angsten, voorbij de Molenbeek, voorbij je eigen zorgen, voorbij je eigen ego, een muis piept vanuit de hoogte, verrast kijk ik omhoog en zie de grote valk wiens honger even gestild zal zijn, een warm, bloedig intermezzo ten spijt, twee jonge teleurgestelde valken draaien verder in hun hongerig wals boven het veld. In mijn oren huldigt Klara de éne na de andere lokale muzikale held. We houden van het bekende nietwaar, het vreemde bevreemdt ons. Angsthazen die we zijn, zelfs in onze eindeloze zoektocht naar schoonheid.
Mijn tempo blijft
rond de 5,5 km per uur hangen en lichamelijke pijn blijft uit. Het hoofd raast
echter veel sneller, harder en schreeuwt de éne vraag door de andere in mijn hotsende,
klotsende hoofd. Chaos en rare sprongen heersen hun dictatuur, anders dan mijn
benen kan ik ze niet sturen, mijn hersentjes willen teveel bevatten, willen
begrijpen, verklaren, vermijden, voorkomen, genezen, helen, willen dat doen wat
hen niet gegeven is.
Willen zijn.
De tegenstrijdigheid
van het leven dringt zich op. Hard, schroeiend, murwmakend. Hoe ik ook probeer,
ik kan de wereld mijn wil niet opleggen, ik
besta enkel in de anderen, zij bestaan enkel in mij, en toch kan ik alleen maar
zelf handelen, zoals zij alleen maar “zichzelf” kunnen handelen. Als ik voor
hen iets wil doen moet mijn ik dat doen, moet ik niet willen dat zij doen. Ik,
die ik die je opzij hoort te zetten voor anderen, die ik die noodzakelijk is om
te zijn, om te zijn voor anderen. Om er te zijn voor anderen. Zonder ik geen anderen, zonder ik geen iets,
geen niets. Zonder ik geen ik in u.
De angst drijft me
verder in mezelf en daar diep in mezelf ben ik een norse harde gesprekspartner
die in discussie met mezelf me nog dieper de ellende van Dante Alighieri’s spelonken instuurt.
La Divina Comedia, Condition Humain. Sarcasme zo u wil. En toch is net daar
ergens een vonk van hoop, geen licht is feller dan dat in de diepste
duisternis. Zolang ik maar niet moet aanhoren dat het toch niets uitmaakt, dat
het toch nooit voldoende is, dat het toch nooit zal veranderen. Want dat, dat
is tien meter pek rond je hoofd. Dat iets al dan niet onbereikbaar bleek of
blijkt kan en zal best zijn, dat mag men de mens niet aanrekenen, Impossibilium
nulla obligatio est. Dat we er niet naar trachten,getracht zouden hebben,
daarentegen is geheel en al onze eigen hoogst persoonlijke
verantwoordelijkheid.
Van u hetzelfde hopend,
Ongeacht,
Herman Jambé
Van u hetzelfde hopend,
Ongeacht,
Herman Jambé